Handleiding
terug naar overzicht

Inhoudsopgave

1. Deelname FysioTopics

1.1 Wat is FysioTopics?

Fysiotherapie in beweging

FysioTopics is een kwaliteitsvereniging van samenwerkende fysiotherapiepraktijken. Praktijken die staan voor de beste zorg voor hun patiënten en die zich continu inzetten voor verbetering. Dit doet FysioTopics door zorgplannen te ontwikkelen die u de patiënt daadwerkelijk verder helpen.

Contactgegevens FysioTopics
Postbus 404
2130 AK Hoofddorp
Telefoon: 088 – 7527248
E-mail: info@fysiotopics.nl

2. Het maken van de koppeling met FysioTopics

2.1 Bent u al lid van FysioTopics?

Om gebruik te kunnen maken van de FysioTopics zorgplannen dient u lid te zijn van de vereniging FysioTopics.

Nog geen lid?
Hiervoor verwijzen wij u graag naar FysioTopics.

2.2 Activeren van FysioTopics in uw omgeving

SpotOnMedics verifieert uw lidmaatschap bij de Stichting Zorgplannen, verantwoordelijk voor de implementatie van de FysioTopics zorgplannen.

Akkoord

De medewerkers van SpotOnMedics nemen daarna contact met u op om de te nemen stappen te doorlopen en de koppeling en declaratiemethode met u door te nemen.

 

3. Configuratie FysioTopics

3.1 Toevoegen contractpositie

Het is mogelijk om de FysioTopics zorgplannen te declareren voor de VGZ, CZ, Achmea en Menzis coöperatie. Uiteraard onder voorwaarde dat u in het bezit bent van een getekend addendum productfinanciering van de betreffende zorgverzekeraar. U dient voor alle zorgverzekeraars (en de onderliggende labels) dezelfde stappen te doorlopen, zoals hieronder beschreven.

Via configuratie > algemeen > contractposities > VGZ / CZ / Achmea / Menzis coöperatie > druk op het blauwe bewerkersicoon aan de linkerzijde.

Vervolgens voegt u het contract toe door onderstaande velden te vullen met de volgende gegevens. Als voorbeeld hebben we hier VGZ genomen:

Bedrijf Optioneel
Lijst Productafspraken FysioTopics
Jaar 2019
Contract Productafspraken FysioTopics
Met ingang van 01-01-2019

U klikt op opslaan en de productafspraken zijn toegevoegd aan uw VGZ contract. Vervolg deze stappen ook bij de andere coöperaties!

3.2 Toevoegen prestatiecode

Via configuratie > declareren > prestatiecodes > groene plus voegt u een nieuwe prestatiecode toe.

U kiest bij code een eigen gekozen code: dit is NIET de code waarmee u daadwerkelijk declareert aan de zorgverzekeraar. U kunt een eigen code aan de prestatie hangen.

Bij de omschrijving vult u de gewenste omschrijving van de prestatiecode. Let erop dat u duidelijk herkenbaar de juiste prestatiecode kunt kiezen bij het inplannen van een afspraak.

U slaat de prestatiecode op door op het opslaan icoon te klikken.

Vervolgens opent het detail scherm van de prestatiecode:

Hier kiest u bij ‘Declareren onder code’ een van onderstaande ‘codes/naam verrichtingscodes’ corresponderend aan de code welke u aan het toevoegen bent. De declaratiecode staat onderwater gekoppeld aan deze code en het daarbijbehorende tarief.

De tekst van de prestatiecodes zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

3.3 Zorgplannen beschikbaar stellen in FysioOne

Met de vorige stap heeft één van onze support professionals uw zorgplannen in uw omgeving geactiveerd.

U moet deze zelf beschikbaar stellen
Net als met andere zorgplannen dient u de FysioTopics zorgplannen zelf beschikbaar te stellen. Dit kunt u doen via Configuratie – PatiëntenDossier – Zorgplannen.

U selecteert hier het vinkje alle zorgplannen tonen en zoek de zorgplannen van FysioTopics op. Klik onder de kolom beschikbaar op ‘nee’. Dit zal dan veranderen in beschikbaar ‘ja’.

De zorgplannen zijn dan beschikbaar in uw omgeving.

 

3.4 Het gebruiken van de zorgplannen tijdens een behandeling

Nu de zorgplannen door uzelf beschikbaar zijn gesteld in uw FysioOne omgeving kunt u de zorgplannen gaan gebruiken tijdens behandeltrajecten. Hiervoor dient u het zorgplan te selecteren in het dossier onder het submenu ‘Behandelplan’ en dan toe te passen zorgplan (dropdown), zie onderstaande afbeelding.

Als u het zorgplan toepast dan start u met de dataverzameling.

4. Declareren FysioTopics zorgproducten in FysioOne

4.1 Lage rug

Administratief proces

Er zijn inhoudelijk een aantal noodzakelijke stappen die worden doorlopen om van de
(ongedifferentieerde) zorgvraag ‘lage rugpijn’ de doelgroep te identificeren die in principe in
aanmerking komt voor toepassing van het zorgproduct.

1. Exclusie jongeren < 18 jaar herkenbaar aan CSI code 003 / 004 / 005
2. Exclusie specifieke lage rugpijn herkenbaar aan CSI code 008 / 001

Daarmee is de groep ‘aspecifieke lage rugpijn’ geïdentificeerd. Inclusie in het zorgproduct is
gebaseerd op de uitkomst van de STarT Back Screening Tool waar een facultatieve prestatie
aan is gekoppeld;

  • Low risk F1013
  • Medium Risk F1014
  • High Risk F1015

Naast de facultatieve prestatie wordt er in de declaratiestroom een DCSPH code meegegeven
die herkend moet worden als lage rugpijn. Zorgaanbieders stellen voor om één DSCPH code
te gebruiken voor alle drie de risicoprofielen: 3426 met de CSI code 009.

Aantal en timing declaratiemomenten

Kenmerk van het zorgproduct lage rugpijn is dat de financiering gebaseerd is op de gerealiseerde
OUTCOME (resultaatsverplichting) en niet op de geleverde verrichting (inspanningsverplichting). De zorgaanbieders stellen voor om 50% van de productprijs bij aanvang te declareren en 50% van de productprijs te declareren na een bepaalde tijdsperiode.

  • Aanvang zorgproduct
  • Afsluiting zorgproduct (of na een bepaalde tijdsperiode)

Bij een beperkt aantal patiënten met lage rugpijn is er sprake van een recidive. Na het behalen van de resultaten (OUTCOME) van een zorgproduct, krijgt de patiënt binnen de contractueel afgesproken tijdsperiode te maken met een nieuw incident lage rugpijn. Als het nieuwe incident voldoet aan de beschreven criteria (zelfde zorgzwaarte binnen de gestelde termijn) treedt de behandelgarantie in werking. Dit wordt inzichtelijk gemaakt door het toevoegen van de letter R aan de van toepassing zijnde facultatieve prestatie.

Declaratieproces

 

4.1.1 Overzicht FysioTopics prestatiecodes (incl. F-codes) voor 2019

LET OP!
Omdat de zorgverzekeraars allen een ander declaratiemethodiek en protocol hebben moet u alle prestatiecodes individueel voor een zorgverzekeraar aanmaken. Wij zijn er van bewust dat dit foutgevoelig en niet gebruiksvriendelijk is, echter op een andere manier implementeren van deze declaratiemethodieken is niet mogelijk.

De tekst van de prestatiecodes bij configuratie > algemeen > declaratietarieven zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

 

4.1.2 Overzicht FysioTopics prestatiecodes (incl. F-codes) voor 2020

LET OP!

Omdat niet alle zorgverzekeraars dezelfde declaratiemethodiek hanteren, dient u voor de zorgverzekeraars VGZ, CZ en Menzis prestatiecodes te maken en voor Zilveren kruis Achmea een andere set prestatiecodes!

De tekst van de prestatiecodes bij configuratie > algemeen > declaratietarieven zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

De bijbehorende tarieven zijn alleen zichtbaar in FysioOne. Deze kunt u raadplegen via configuratie – algemeen – declaratietarieven – selecteer de contractgroep – selecteer de lijst ‘productafspraken FysioTopics – selecteer de peildatum bijvoorbeeld ‘1-1-2020’.

Tabel 1: overzicht Fysiotopics prestatiecodes lage rug voor VGZ, CZ en Menzis.

PrestatiecodesDiagnosecodeOmschrijvingF-CodeIngangsdatumEinddatum
9301603426Low risk - start lage rugF10131-1-202031-12-2020
9301613426Low risk - einde lage rugF10131-1-202031-12-2020
9301703426Medium risk - start lage rugF10141-1-202031-12-2020
9301713426Medium risk - einde lage rugF10141-1-202031-12-2020
9301803426High risk - start lage rugF10151-1-202031-12-2020
9301813426High risk - einde lage rugF10151-1-202031-12-2020
9301903426Recidive low risk - lage rugF1013R1-1-202031-12-2020
9301913426Recidive medium risk - lage rugF1014R1-1-202031-12-2020
9301923426Recidive high risk - lage rugF1015R1-1-202031-12-2020

Tabel 2: overzicht Fysiotopics prestatiecodes lage rug voor Zilveren Kruis Achmea.

PrestatiecodesDiagnosecodeOmschrijvingF-CodeIngangsdatumEinddatum
9301303426Categorie laag - eerste behandelingF1013B1-1-202031-12-2020
9301343426Categorie laag - tussenliggende behandelingF10131-1-202031-12-2020
9301323426Categorie laag - laatste behandelingF1013E1-1-202031-12-2020
9301403426Categorie midden - eerste behandelingF1014B1-1-202031-12-2020
9301443426Categorie midden - tussenliggende behandelingF10141-1-202031-12-2020
9301423426Categorie midden - laatste behandelingF1014E1-1-202031-12-2020
9301503426Categorie hoog - eerste behandelingF1015B1-1-202031-12-2020
9301543426Categorie hoog - tussenliggende behandelingF10151-1-202031-12-2020
9301523426Categorie hoog - laatste behandelingF1015E1-1-202031-12-2020

 

4.1.3 Overzicht FysioTopics prestatiecodes (incl. F-codes) voor 2021

LET OP!

Omdat niet alle zorgverzekeraars dezelfde declaratiemethodiek hanteren, dient u voor de zorgverzekeraars VGZ, CZ en Menzis prestatiecodes te maken en voor Zilveren kruis Achmea een andere set prestatiecodes!

De tekst van de prestatiecodes bij configuratie > algemeen > declaratietarieven zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

De bijbehorende tarieven zijn alleen zichtbaar in FysioOne. Deze kunt u raadplegen via configuratie – algemeen – declaratietarieven – selecteer de contractgroep – selecteer de lijst ‘productafspraken FysioTopics – selecteer de peildatum bijvoorbeeld ’01-01-2021’.

Tabel 1: overzicht Fysiotopics prestatiecodes lage rug voor VGZ, CZ en Menzis.

Prestatie omschrijvingDiagnosecodePrestatiecodeF-code
Low risk - start lage rug3426930160F1013
Low risk - einde lage rug3426930161F1013
Medium risk - start lage rug3426930170F1014
Medium risk - einde lage rug3426930171F1014
High risk - start lage rug3426930180F1015
High risk - einde lage rug3426930181F1015
Recidive low risk - lage rug3426930190F1013R
Recidive medium risk - lage rug3426930191F1014R
Recidive high risk - lage rug3426930192F1015R

4.1.4 Contactmomenten en eindcode CZ en VGZ

Bij CZ en VGZ dient het werkelijk aantal behandelingen meegestuurd te worden bij de eind code.

Hoe dient u dit in te regelen in FysioOne
Voor tussenliggende behandelingen (contactmomenten) gebruikt u eigen gemaakt prestatiecodes voor de registratie van de behandeling. De behandelingen worden NIET verzonden naar de zorgverzekeraar. Aan deze behandelingen dient u de ‘declareren onder code’ 930134 te koppelen.

Bijvoorbeeld de fictieve prestatiecode 011 wordt gebruikt om een behandeling fysiotherapie te registreren voor een zorgproduct-traject. Zie afbeelding.

Zodra in het traject de eindcode gedeclareerd wordt zal FysioOne gaan tellen hoeveel tussenliggende behandelingen er zijn geweest en dit aantal aan de declaratie van de eindcode toevoegen. Dit kan het systeem alleen doen als de declaratiecode 930134 is toegevoegd aan de prestatiecode van de tussenliggende behandeling.

In bovenstaand voorbeeld: bij de 01 – Low Risk Start (F1013) prestatiecode wordt 1 eenheid doorgegeven aan de zorgverzekeraar.
Er zijn 2 tussenliggende behandelingen en 1 eindbehandeling. Zodra de 0111 – Low Risk Einde (F1013) gedeclareerd wordt zal er een eenheid van 3 meegegeven worden in het declaratiebestand.

Het kan zijn dat u meerdere verschillende prestatiecodes heeft gemaakt voor de registratie van de behandelingen van de zorgproducten. Aan al deze prestatiecodes dient u de 930134 code toe te voegen als u wilt dat deze meegnomen worden in de telling van de eindcode.

Bij Menzis wordt gebruik gemaakt van vaste eenheden per declaratie en geldt bovenstaande niet.

Bij Zilveren Kruis worden de tussenliggende behandelingen wel gedeclareerd en gelden andere regels.

4.1.5 Eenheden Menzis

Voor Menzis geldt een vast aantal eenheden.

2020 en 2021
declaratiecode 930180 (F1015) > 4 eenheden
declaratiecode 930181 (F1015) > 4 eenheden
In totaal 8 eenheden voor de AV.

declaratiecode 930170 (F1014) > 3 eenheden
declaratiecode 930171 (F1014) > 3 eenheden
In totaal 6 eenheden voor de AV.

declaratiecode 930160 (F1013) > 1 eenheden
declaratiecode 930161 (F1013) > 1 eenheden
In totaal 2 eenheden voor de AV.

Hoe dient u dit in te regelen in FysioOne
Hier hoeft u niks voor in te regelen in FysioOne. Dit hebben wij al reeds technisch voor u ingeregeld, zodat bij gebruik van de juiste declaratiecodes de juiste eenheden worden meegestuurd naar de zorgverzekeraar.

4.2 Nek

Administratief proces

Er zijn inhoudelijk een aantal noodzakelijke stappen die worden doorlopen om van de (ongedifferentieerde) zorgvraag ‘nekpijn’ de doelgroep te identificeren die in principe in aanmerking komt voor toepassing van het FysioTopics zorgplan nekpijn.

1. Exclusie jongeren < 18 jaar herkenbaar aan CSI code 003 / 004 / 005
2. Exclusie specifieke nekpijn herkenbaar aan CSI code 008 / 001

Daarmee is de groep ‘aspecifieke nekpijn’ geïdentificeerd. Inclusie in het zorgproduct is gebaseerd op de uitkomst van de Keele STarT Musculoskeletal Tool waar een facultatieve prestatie aan is gekoppeld;

Low risk F1041
Medium Risk F1042
High Risk F1043

Naast de facultatieve prestatie wordt er in de declaratiestroom een DCSPH code meegegeven die herkend moet worden als nekpijn. FysioTopics stelt voor om één DCSPH code te gebruiken voor alle drie de risicoprofielen: 3026 met de CSI code 009.

Aantal en timing declaratiemomenten

Kenmerk van het FysioTopics zorgplan nekpijn is dat de financiering gebaseerd is op de gerealiseerde OUTCOME (resultaatsverplichting) en niet op de geleverde verrichting (inspanningsverplichting). FysioTopics stelt voor om 50% van de productprijs bij aanvang te declareren en 50% van de productprijs te declareren bij afsluiting van het behandeltraject.

  • Aanvang zorgproduct
  • Afsluiting zorgproduct

Bij een beperkt aantal patiënten met nekpijn is er sprake van een recidief. Na het behalen van de resultaten (OUTCOME) van een FysioTopics zorgplan nekpijn, krijgt de patiënt binnen de contractueel afgesproken tijdsperiode te maken met een nieuw incident nekpijn. Als het nieuwe incident voldoet aan de beschreven criteria (zelfde zorgzwaarte binnen de gestelde termijn) treedt de behandelgarantie in werking. Dit wordt inzichtelijk gemaakt door het toevoegen van de letter R aan de van toepassing zijnde facultatieve prestatie.

Declaratieproces

4.2.1 Overzicht FysioTopics prestatiecodes (incl. F-codes) voor 2020

LET OP!

Omdat niet alle zorgverzekeraars dezelfde declaratiemethodiek hanteren, dient u voor de zorgverzekeraars VGZ, CZ en Menzis prestatiecodes te maken en voor Zilveren kruis Achmea een andere set prestatiecodes!

De tekst van de prestatiecodes bij configuratie > algemeen > declaratietarieven zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

De bijbehorende tarieven zijn alleen zichtbaar in FysioOne. Deze kunt u raadplegen via configuratie – algemeen – declaratietarieven – selecteer de contractgroep – selecteer de lijst ‘productafspraken FysioTopics – selecteer de peildatum bijvoorbeeld ’01-10-2020’.

Tabel 1: overzicht Fysiotopics prestatiecodes nek voor VGZ.

Prestatie omschrijvingDiagnosecodePrestatiecodeF-codeIngangsdatumEinddatum
Low risk - start nek3026930193F104101-10-202031-12-2020
Low risk - eind nek3026930194F104101-10-202031-12-2020
Medium risk - start nek3026930195F104201-10-202031-12-2020
Medium risk - eind nek3026930196F104201-10-202031-12-2020
High risk - start nek3026930197F104301-10-202031-12-2020
High risk - eind nek3026930198F104301-10-202031-12-2020
Recidive low risk - nek3026930199F1041R01-10-202031-12-2020
Recidive medium risk - nek3026930200F1042R01-10-202031-12-2020
Recidive high risk - nek3026930201F1043R01-10-202031-12-2020

4.2.2 Overzicht FysioTopics prestatiecodes (incl. F-codes) voor 2021

LET OP!

Omdat niet alle zorgverzekeraars dezelfde declaratiemethodiek hanteren, dient u voor de zorgverzekeraars VGZ, CZ en Menzis prestatiecodes te maken en voor Zilveren kruis Achmea een andere set prestatiecodes!

De tekst van de prestatiecodes bij configuratie > algemeen > declaratietarieven zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

De bijbehorende tarieven zijn alleen zichtbaar in FysioOne. Deze kunt u raadplegen via configuratie – algemeen – declaratietarieven – selecteer de contractgroep – selecteer de lijst ‘productafspraken FysioTopics – selecteer de peildatum bijvoorbeeld ’01-10-2021’.

Tabel 1: overzicht Fysiotopics prestatiecodes nek voor VGZ, CZ en Menzis.

Prestatie omschrijvingDiagnosecodePrestatiecodeF-code
Low risk - start nek3026930193F1041
Low risk - eind nek3026930194F1041
Medium risk - start nek3026930195F1042
Medium risk - eind nek3026930196F1042
High risk - start nek3026930197F1043
High risk - eind nek3026930198F1043
Recidive low risk - nek3026930199F1041R
Recidive medium risk - nek3026930200F1042R
Recidive high risk - nek3026930201F1043R

4.2.3 Contactmomenten en eindcode CZ en VGZ

Bij CZ en VGZ dient het werkelijk aantal behandelingen meegestuurd te worden bij de eind code.

Hoe dient u dit in te regelen in FysioOne
Voor tussenliggende behandelingen (contactmomenten) gebruikt u eigen gemaakt prestatiecodes voor de registratie van de behandeling. De behandelingen worden NIET verzonden naar de zorgverzekeraar. Aan deze behandelingen dient u de ‘declareren onder code’ 930134 te koppelen.

Bijvoorbeeld de fictieve prestatiecode 011 wordt gebruikt om een behandeling fysiotherapie te registreren voor een zorgproduct-traject. Zie afbeelding.

Zodra in het traject de eindcode gedeclareerd wordt zal FysioOne gaan tellen hoeveel tussenliggende behandelingen er zijn geweest en dit aantal aan de declaratie van de eindcode toevoegen. Dit kan het systeem alleen doen als de declaratiecode 930134 is toegevoegd aan de prestatiecode van de tussenliggende behandeling.

In bovenstaand voorbeeld: bij de 01 – Low Risk Start (F1013) prestatiecode wordt 1 eenheid doorgegeven aan de zorgverzekeraar.
Er zijn 2 tussenliggende behandelingen en 1 eindbehandeling. Zodra de 0111 – Low Risk Einde (F1013) gedeclareerd wordt zal er een eenheid van 3 meegegeven worden in het declaratiebestand.

Het kan zijn dat u meerdere verschillende prestatiecodes heeft gemaakt voor de registratie van de behandelingen van de zorgproducten. Aan al deze prestatiecodes dient u de 930134 code toe te voegen als u wilt dat deze meegnomen worden in de telling van de eindcode.

4.2.4 Eenheden Menzis 2021

Voor Menzis geldt een vast aantal eenheden.

2021
declaratiecode 930197 (F1043) > 4 eenheden
declaratiecode 930198 (F1043) > 4 eenheden
In totaal 8 eenheden voor de AV.

declaratiecode 930195 (F1042) > 3 eenheden
declaratiecode 930196 (F1042) > 3 eenheden
In totaal 6 eenheden voor de AV.

declaratiecode 930193 (F1041) > 1 eenheden
declaratiecode 930194 (F1041) > 1 eenheden
In totaal 2 eenheden voor de AV.

Hoe dient u dit in te regelen in FysioOne
Hier hoeft u niks voor in te regelen in FysioOne. Dit hebben wij al reeds technisch voor u ingeregeld, zodat bij gebruik van de juiste declaratiecodes de juiste eenheden worden meegestuurd naar de zorgverzekeraar.

4.3 Schouder

Let op: de volgende informatie is van toepassing vanaf 2021. 

Administratief proces

Er zijn inhoudelijk een aantal noodzakelijke stappen die worden doorlopen om van de
(ongedifferentieerde) zorgvraag ‘schouderpijn’ de doelgroep te identificeren die in principe in
aanmerking komt voor toepassing van het zorgproduct.

1. Exclusie jongeren < 18 jaar herkenbaar aan CSI code 003 / 004 / 005
2. Exclusie specifieke schouderpijn herkenbaar aan CSI code 008 / 001

Daarmee is de groep ‘aspecifieke schouderpijn’ geïdentificeerd. Inclusie in het zorgproduct is
gebaseerd op de uitkomst van de STarT Musculoskeletal Tool waar een facultatieve prestatie
aan is gekoppeld;

Low risk F1044
Medium Risk F1045
High Risk F1046

Naast de facultatieve prestatie wordt er in de declaratiestroom een DCSPH code meegegeven
die herkend moet worden als schouderpijn. FysioTopics stelt voor om één DCSPH code te
gebruiken voor alle drie de risicoprofielen: 4026 met de CSI code 009.

In het FysioTopics zorgplan schouderpijn worden redenen beschreven om af te zien van de
toepassing van het zorgplan. Het algemeen geldende principe is dat de exclusie inzichtelijk is
als het complement van de inclusie (facultatieve prestatie).

Aantal en timing declaratiemomenten

Kenmerk van het FysioTopics zorgplan schouderpijn is dat de financiering gebaseerd is op de
gerealiseerde OUTCOME (resultaatsverplichting) en niet op de geleverde verrichting
(inspanningsverplichting). FysioTopics stelt voor om 50% van de productprijs bij aanvang te
declareren en 50% van de productprijs te declareren bij afsluiting van het behandeltraject.

– Aanvang zorgproduct
– Afsluiting zorgproduct

Bij een beperkt aantal patiënten met schouderpijn is er sprake van een recidief. Na het
behalen van de resultaten (OUTCOME) van een FysioTopics zorgplan schouderpijn, krijgt de
patiënt binnen de contractueel afgesproken tijdsperiode te maken met een nieuw incident
schouderpijn. Als het nieuwe incident voldoet aan de beschreven criteria (zelfde zorgzwaarte
binnen de gestelde termijn) treedt de behandelgarantie in werking. Dit wordt inzichtelijk
gemaakt door het toevoegen van de letter R aan de van toepassing zijnde facultatieve
prestatie.

Declaratieproces

 

4.3.1 Overzicht FysioTopics prestatiecodes (incl. F-codes) voor 2021

LET OP!

De tekst van de prestatiecodes bij configuratie > algemeen > declaratietarieven zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

De bijbehorende tarieven zijn alleen zichtbaar in FysioOne. Deze kunt u raadplegen via configuratie – algemeen – declaratietarieven – selecteer de contractgroep – selecteer de lijst ‘productafspraken FysioTopics – selecteer de peildatum bijvoorbeeld ’01-01-2021’.

Tabel 1: overzicht Fysiotopics prestatiecodes schouder voor VGZ, CZ en Menzis.

Prestatie omschrijvingDiagnosecodePrestatiecodeF-code
Low risk - start schouder4026930202F1044
Low risk - einde schouder4026930203F1044
Medium risk - start schouder4026930204F1045
Medium risk - einde schouder4026930205F1045
High risk - start schouder4026930206F1046
High risk - einde schouder4026930207F1046
Recidive low risk - schouder4026930208F1044R
Recidive medium risk - schouder4026930209F1045R
Recidive high risk - schouder4026930210F1046R

4.3.2 Contactmomenten en eindcode CZ en VGZ

Bij CZ en VGZ dient het werkelijk aantal behandelingen meegestuurd te worden bij de eind code.

Hoe dient u dit in te regelen in FysioOne
Voor tussenliggende behandelingen (contactmomenten) gebruikt u eigen gemaakt prestatiecodes voor de registratie van de behandeling. De behandelingen worden NIET verzonden naar de zorgverzekeraar. Aan deze behandelingen dient u de ‘declareren onder code’ 930134 te koppelen.

Bijvoorbeeld de fictieve prestatiecode 011 wordt gebruikt om een behandeling fysiotherapie te registreren voor een zorgproduct-traject. Zie afbeelding.

Zodra in het traject de eindcode gedeclareerd wordt zal FysioOne gaan tellen hoeveel tussenliggende behandelingen er zijn geweest en dit aantal aan de declaratie van de eindcode toevoegen. Dit kan het systeem alleen doen als de declaratiecode 930134 is toegevoegd aan de prestatiecode van de tussenliggende behandeling.

In bovenstaand voorbeeld: bij de 01 – Low Risk Start (F1013) prestatiecode wordt 1 eenheid doorgegeven aan de zorgverzekeraar.
Er zijn 2 tussenliggende behandelingen en 1 eindbehandeling. Zodra de 0111 – Low Risk Einde (F1013) gedeclareerd wordt zal er een eenheid van 3 meegegeven worden in het declaratiebestand.

Het kan zijn dat u meerdere verschillende prestatiecodes heeft gemaakt voor de registratie van de behandelingen van de zorgproducten. Aan al deze prestatiecodes dient u de 930134 code toe te voegen als u wilt dat deze meegnomen worden in de telling van de eindcode.

Bij Menzis wordt gebruik gemaakt van vaste eenheden per declaratie en geldt bovenstaande niet.

Bij Zilveren Kruis worden de tussenliggende behandelingen wel gedeclareerd en gelden andere regels.

4.3.3 Eenheden Menzis 2021

Voor Menzis geldt een vast aantal eenheden.

2021
declaratiecode 930206 (F1046) > 4 eenheden
declaratiecode 930207 (F1046) > 4 eenheden
In totaal 8 eenheden voor de AV.

declaratiecode 930204 (F1045) > 3 eenheden
declaratiecode 930205 (F1045) > 3 eenheden
In totaal 6 eenheden voor de AV.

declaratiecode 930202 (F1044) > 1 eenheden
declaratiecode 930203 (F1044) > 1 eenheden
In totaal 2 eenheden voor de AV.

Hoe dient u dit in te regelen in FysioOne
Hier hoeft u niks voor in te regelen in FysioOne. Dit hebben wij al reeds technisch voor u ingeregeld, zodat bij gebruik van de juiste declaratiecodes de juiste eenheden worden meegestuurd naar de zorgverzekeraar.

4.4 Declareren

Nadat u de prestatiecodes ingepland heeft in de agenda zal het gebruikelijke declaratieproces van FysioOne gehanteerd worden. De behandelingen komt te staan bij afhandelen, te declareren, etc.

Indien u vragen heeft met betrekking tot de inhoud van het declareren van de zorgproducten verwijzen wij u naar FysioTopics.

5. Export FysioTopics

5.1 Exporteren van uw data en aanleveren bij FysioTopics

In overleg met FysioTopics kunt u zelfstandig uw data exporteren. Dit kunt u doen onder het hoofdnavigatiemenu PatiëntenDossier – submenu Klinimetrie – FysioTopics.

U kunt hier een start- en einddatum ingeven en klikken op de button export. Zodra u hier op klikt zal het systeem een bestand exporteren en lokaal opslaan. Dit export bestand kunt u aanleveren bij uw contactpersoon van FysioTopics.

Wanneer u het bestand heeft geëxporteerd en heeft geopend, kan het voorkomen dat het exportbestand niet volledig is ingevuld. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Voor het antwoord op deze vragen kunt u de volgende FAQ raadplegen, FAQ: Hoe kan het dat mijn export bestand van FysioTopics niet volledig is ingevuld?

Op dit moment is het alleen mogelijk om export bestanden aan te leveren voor de zorgproducten van;

  • Lage rug
  • Nek
  • Schouder

Voor de overige zorgproducten van FysioTopics is SpotOnMedics in gesprek met FysioTopics over de realisatie van deze export mogelijkheden.

 

6. Kunt u hulp gebruiken?

6.1 Wij wensen u veel succes toe!

Heeft u vragen?
Heeft u vragen over de koppeling met FysioTopics? Neem dan contact op met onze support professionals en zij staan u graag te woord.

Contactgegevens:
SpotOnMedics Klant Contact Center
T: 088 6600 800 (keuze 1)
E: support@SpotOnMedics.nl

Handleiding FysioTopics

Laatst gewijzigd door: Jitse Stel op 16-12-2020 - 09:50:26
  • FysioTopics
  • Zorgproducten
  • SpotOnMedics FysioOne

Introductie

Dank voor het raadplegen van deze handleiding. Wij wensen u veel lees- & werkplezier met FysioOne toe. In deze handleiding gaan we in op de koppeling met FysioTopics.

FysioTopics is een kwaliteitsvereniging van samenwerkende fysiotherapiepraktijken. Praktijken die staan voor de beste zorg voor hun patiënten en die zich continu inzetten voor verbetering. Dit doet FysioTopics door zorgplannen te ontwikkelen die uw patiënt daadwerkelijk verder helpen.

Mochten er naar aanleiding van het lezen van deze handleiding toch nog vragen zijn dan staat onze supportdesk u graag te woord. Onze contactgegevens kunt u onderaan de website vinden.

Inhoudsopgave

1. Deelname FysioTopics

1.1 Wat is FysioTopics?

Fysiotherapie in beweging

FysioTopics is een kwaliteitsvereniging van samenwerkende fysiotherapiepraktijken. Praktijken die staan voor de beste zorg voor hun patiënten en die zich continu inzetten voor verbetering. Dit doet FysioTopics door zorgplannen te ontwikkelen die u de patiënt daadwerkelijk verder helpen.

Contactgegevens FysioTopics
Postbus 404
2130 AK Hoofddorp
Telefoon: 088 – 7527248
E-mail: info@fysiotopics.nl

2. Het maken van de koppeling met FysioTopics

2.1 Bent u al lid van FysioTopics?

Om gebruik te kunnen maken van de FysioTopics zorgplannen dient u lid te zijn van de vereniging FysioTopics.

Nog geen lid?
Hiervoor verwijzen wij u graag naar FysioTopics.

2.2 Activeren van FysioTopics in uw omgeving

SpotOnMedics verifieert uw lidmaatschap bij de Stichting Zorgplannen, verantwoordelijk voor de implementatie van de FysioTopics zorgplannen.

Akkoord

De medewerkers van SpotOnMedics nemen daarna contact met u op om de te nemen stappen te doorlopen en de koppeling en declaratiemethode met u door te nemen.

 

3. Configuratie FysioTopics

3.1 Toevoegen contractpositie

Het is mogelijk om de FysioTopics zorgplannen te declareren voor de VGZ, CZ, Achmea en Menzis coöperatie. Uiteraard onder voorwaarde dat u in het bezit bent van een getekend addendum productfinanciering van de betreffende zorgverzekeraar. U dient voor alle zorgverzekeraars (en de onderliggende labels) dezelfde stappen te doorlopen, zoals hieronder beschreven.

Via configuratie > algemeen > contractposities > VGZ / CZ / Achmea / Menzis coöperatie > druk op het blauwe bewerkersicoon aan de linkerzijde.

Vervolgens voegt u het contract toe door onderstaande velden te vullen met de volgende gegevens. Als voorbeeld hebben we hier VGZ genomen:

Bedrijf Optioneel
Lijst Productafspraken FysioTopics
Jaar 2019
Contract Productafspraken FysioTopics
Met ingang van 01-01-2019

U klikt op opslaan en de productafspraken zijn toegevoegd aan uw VGZ contract. Vervolg deze stappen ook bij de andere coöperaties!

3.2 Toevoegen prestatiecode

Via configuratie > declareren > prestatiecodes > groene plus voegt u een nieuwe prestatiecode toe.

U kiest bij code een eigen gekozen code: dit is NIET de code waarmee u daadwerkelijk declareert aan de zorgverzekeraar. U kunt een eigen code aan de prestatie hangen.

Bij de omschrijving vult u de gewenste omschrijving van de prestatiecode. Let erop dat u duidelijk herkenbaar de juiste prestatiecode kunt kiezen bij het inplannen van een afspraak.

U slaat de prestatiecode op door op het opslaan icoon te klikken.

Vervolgens opent het detail scherm van de prestatiecode:

Hier kiest u bij ‘Declareren onder code’ een van onderstaande ‘codes/naam verrichtingscodes’ corresponderend aan de code welke u aan het toevoegen bent. De declaratiecode staat onderwater gekoppeld aan deze code en het daarbijbehorende tarief.

De tekst van de prestatiecodes zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

3.3 Zorgplannen beschikbaar stellen in FysioOne

Met de vorige stap heeft één van onze support professionals uw zorgplannen in uw omgeving geactiveerd.

U moet deze zelf beschikbaar stellen
Net als met andere zorgplannen dient u de FysioTopics zorgplannen zelf beschikbaar te stellen. Dit kunt u doen via Configuratie – PatiëntenDossier – Zorgplannen.

U selecteert hier het vinkje alle zorgplannen tonen en zoek de zorgplannen van FysioTopics op. Klik onder de kolom beschikbaar op ‘nee’. Dit zal dan veranderen in beschikbaar ‘ja’.

De zorgplannen zijn dan beschikbaar in uw omgeving.

 

3.4 Het gebruiken van de zorgplannen tijdens een behandeling

Nu de zorgplannen door uzelf beschikbaar zijn gesteld in uw FysioOne omgeving kunt u de zorgplannen gaan gebruiken tijdens behandeltrajecten. Hiervoor dient u het zorgplan te selecteren in het dossier onder het submenu ‘Behandelplan’ en dan toe te passen zorgplan (dropdown), zie onderstaande afbeelding.

Als u het zorgplan toepast dan start u met de dataverzameling.

4. Declareren FysioTopics zorgproducten in FysioOne

4.1 Lage rug

Administratief proces

Er zijn inhoudelijk een aantal noodzakelijke stappen die worden doorlopen om van de
(ongedifferentieerde) zorgvraag ‘lage rugpijn’ de doelgroep te identificeren die in principe in
aanmerking komt voor toepassing van het zorgproduct.

1. Exclusie jongeren < 18 jaar herkenbaar aan CSI code 003 / 004 / 005
2. Exclusie specifieke lage rugpijn herkenbaar aan CSI code 008 / 001

Daarmee is de groep ‘aspecifieke lage rugpijn’ geïdentificeerd. Inclusie in het zorgproduct is
gebaseerd op de uitkomst van de STarT Back Screening Tool waar een facultatieve prestatie
aan is gekoppeld;

  • Low risk F1013
  • Medium Risk F1014
  • High Risk F1015

Naast de facultatieve prestatie wordt er in de declaratiestroom een DCSPH code meegegeven
die herkend moet worden als lage rugpijn. Zorgaanbieders stellen voor om één DSCPH code
te gebruiken voor alle drie de risicoprofielen: 3426 met de CSI code 009.

Aantal en timing declaratiemomenten

Kenmerk van het zorgproduct lage rugpijn is dat de financiering gebaseerd is op de gerealiseerde
OUTCOME (resultaatsverplichting) en niet op de geleverde verrichting (inspanningsverplichting). De zorgaanbieders stellen voor om 50% van de productprijs bij aanvang te declareren en 50% van de productprijs te declareren na een bepaalde tijdsperiode.

  • Aanvang zorgproduct
  • Afsluiting zorgproduct (of na een bepaalde tijdsperiode)

Bij een beperkt aantal patiënten met lage rugpijn is er sprake van een recidive. Na het behalen van de resultaten (OUTCOME) van een zorgproduct, krijgt de patiënt binnen de contractueel afgesproken tijdsperiode te maken met een nieuw incident lage rugpijn. Als het nieuwe incident voldoet aan de beschreven criteria (zelfde zorgzwaarte binnen de gestelde termijn) treedt de behandelgarantie in werking. Dit wordt inzichtelijk gemaakt door het toevoegen van de letter R aan de van toepassing zijnde facultatieve prestatie.

Declaratieproces

 

4.1.1 Overzicht FysioTopics prestatiecodes (incl. F-codes) voor 2019

LET OP!
Omdat de zorgverzekeraars allen een ander declaratiemethodiek en protocol hebben moet u alle prestatiecodes individueel voor een zorgverzekeraar aanmaken. Wij zijn er van bewust dat dit foutgevoelig en niet gebruiksvriendelijk is, echter op een andere manier implementeren van deze declaratiemethodieken is niet mogelijk.

De tekst van de prestatiecodes bij configuratie > algemeen > declaratietarieven zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

 

4.1.2 Overzicht FysioTopics prestatiecodes (incl. F-codes) voor 2020

LET OP!

Omdat niet alle zorgverzekeraars dezelfde declaratiemethodiek hanteren, dient u voor de zorgverzekeraars VGZ, CZ en Menzis prestatiecodes te maken en voor Zilveren kruis Achmea een andere set prestatiecodes!

De tekst van de prestatiecodes bij configuratie > algemeen > declaratietarieven zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

De bijbehorende tarieven zijn alleen zichtbaar in FysioOne. Deze kunt u raadplegen via configuratie – algemeen – declaratietarieven – selecteer de contractgroep – selecteer de lijst ‘productafspraken FysioTopics – selecteer de peildatum bijvoorbeeld ‘1-1-2020’.

Tabel 1: overzicht Fysiotopics prestatiecodes lage rug voor VGZ, CZ en Menzis.

PrestatiecodesDiagnosecodeOmschrijvingF-CodeIngangsdatumEinddatum
9301603426Low risk - start lage rugF10131-1-202031-12-2020
9301613426Low risk - einde lage rugF10131-1-202031-12-2020
9301703426Medium risk - start lage rugF10141-1-202031-12-2020
9301713426Medium risk - einde lage rugF10141-1-202031-12-2020
9301803426High risk - start lage rugF10151-1-202031-12-2020
9301813426High risk - einde lage rugF10151-1-202031-12-2020
9301903426Recidive low risk - lage rugF1013R1-1-202031-12-2020
9301913426Recidive medium risk - lage rugF1014R1-1-202031-12-2020
9301923426Recidive high risk - lage rugF1015R1-1-202031-12-2020

Tabel 2: overzicht Fysiotopics prestatiecodes lage rug voor Zilveren Kruis Achmea.

PrestatiecodesDiagnosecodeOmschrijvingF-CodeIngangsdatumEinddatum
9301303426Categorie laag - eerste behandelingF1013B1-1-202031-12-2020
9301343426Categorie laag - tussenliggende behandelingF10131-1-202031-12-2020
9301323426Categorie laag - laatste behandelingF1013E1-1-202031-12-2020
9301403426Categorie midden - eerste behandelingF1014B1-1-202031-12-2020
9301443426Categorie midden - tussenliggende behandelingF10141-1-202031-12-2020
9301423426Categorie midden - laatste behandelingF1014E1-1-202031-12-2020
9301503426Categorie hoog - eerste behandelingF1015B1-1-202031-12-2020
9301543426Categorie hoog - tussenliggende behandelingF10151-1-202031-12-2020
9301523426Categorie hoog - laatste behandelingF1015E1-1-202031-12-2020

 

4.1.3 Overzicht FysioTopics prestatiecodes (incl. F-codes) voor 2021

LET OP!

Omdat niet alle zorgverzekeraars dezelfde declaratiemethodiek hanteren, dient u voor de zorgverzekeraars VGZ, CZ en Menzis prestatiecodes te maken en voor Zilveren kruis Achmea een andere set prestatiecodes!

De tekst van de prestatiecodes bij configuratie > algemeen > declaratietarieven zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

De bijbehorende tarieven zijn alleen zichtbaar in FysioOne. Deze kunt u raadplegen via configuratie – algemeen – declaratietarieven – selecteer de contractgroep – selecteer de lijst ‘productafspraken FysioTopics – selecteer de peildatum bijvoorbeeld ’01-01-2021’.

Tabel 1: overzicht Fysiotopics prestatiecodes lage rug voor VGZ, CZ en Menzis.

Prestatie omschrijvingDiagnosecodePrestatiecodeF-code
Low risk - start lage rug3426930160F1013
Low risk - einde lage rug3426930161F1013
Medium risk - start lage rug3426930170F1014
Medium risk - einde lage rug3426930171F1014
High risk - start lage rug3426930180F1015
High risk - einde lage rug3426930181F1015
Recidive low risk - lage rug3426930190F1013R
Recidive medium risk - lage rug3426930191F1014R
Recidive high risk - lage rug3426930192F1015R

4.1.4 Contactmomenten en eindcode CZ en VGZ

Bij CZ en VGZ dient het werkelijk aantal behandelingen meegestuurd te worden bij de eind code.

Hoe dient u dit in te regelen in FysioOne
Voor tussenliggende behandelingen (contactmomenten) gebruikt u eigen gemaakt prestatiecodes voor de registratie van de behandeling. De behandelingen worden NIET verzonden naar de zorgverzekeraar. Aan deze behandelingen dient u de ‘declareren onder code’ 930134 te koppelen.

Bijvoorbeeld de fictieve prestatiecode 011 wordt gebruikt om een behandeling fysiotherapie te registreren voor een zorgproduct-traject. Zie afbeelding.

Zodra in het traject de eindcode gedeclareerd wordt zal FysioOne gaan tellen hoeveel tussenliggende behandelingen er zijn geweest en dit aantal aan de declaratie van de eindcode toevoegen. Dit kan het systeem alleen doen als de declaratiecode 930134 is toegevoegd aan de prestatiecode van de tussenliggende behandeling.

In bovenstaand voorbeeld: bij de 01 – Low Risk Start (F1013) prestatiecode wordt 1 eenheid doorgegeven aan de zorgverzekeraar.
Er zijn 2 tussenliggende behandelingen en 1 eindbehandeling. Zodra de 0111 – Low Risk Einde (F1013) gedeclareerd wordt zal er een eenheid van 3 meegegeven worden in het declaratiebestand.

Het kan zijn dat u meerdere verschillende prestatiecodes heeft gemaakt voor de registratie van de behandelingen van de zorgproducten. Aan al deze prestatiecodes dient u de 930134 code toe te voegen als u wilt dat deze meegnomen worden in de telling van de eindcode.

Bij Menzis wordt gebruik gemaakt van vaste eenheden per declaratie en geldt bovenstaande niet.

Bij Zilveren Kruis worden de tussenliggende behandelingen wel gedeclareerd en gelden andere regels.

4.1.5 Eenheden Menzis

Voor Menzis geldt een vast aantal eenheden.

2020 en 2021
declaratiecode 930180 (F1015) > 4 eenheden
declaratiecode 930181 (F1015) > 4 eenheden
In totaal 8 eenheden voor de AV.

declaratiecode 930170 (F1014) > 3 eenheden
declaratiecode 930171 (F1014) > 3 eenheden
In totaal 6 eenheden voor de AV.

declaratiecode 930160 (F1013) > 1 eenheden
declaratiecode 930161 (F1013) > 1 eenheden
In totaal 2 eenheden voor de AV.

Hoe dient u dit in te regelen in FysioOne
Hier hoeft u niks voor in te regelen in FysioOne. Dit hebben wij al reeds technisch voor u ingeregeld, zodat bij gebruik van de juiste declaratiecodes de juiste eenheden worden meegestuurd naar de zorgverzekeraar.

4.2 Nek

Administratief proces

Er zijn inhoudelijk een aantal noodzakelijke stappen die worden doorlopen om van de (ongedifferentieerde) zorgvraag ‘nekpijn’ de doelgroep te identificeren die in principe in aanmerking komt voor toepassing van het FysioTopics zorgplan nekpijn.

1. Exclusie jongeren < 18 jaar herkenbaar aan CSI code 003 / 004 / 005
2. Exclusie specifieke nekpijn herkenbaar aan CSI code 008 / 001

Daarmee is de groep ‘aspecifieke nekpijn’ geïdentificeerd. Inclusie in het zorgproduct is gebaseerd op de uitkomst van de Keele STarT Musculoskeletal Tool waar een facultatieve prestatie aan is gekoppeld;

Low risk F1041
Medium Risk F1042
High Risk F1043

Naast de facultatieve prestatie wordt er in de declaratiestroom een DCSPH code meegegeven die herkend moet worden als nekpijn. FysioTopics stelt voor om één DCSPH code te gebruiken voor alle drie de risicoprofielen: 3026 met de CSI code 009.

Aantal en timing declaratiemomenten

Kenmerk van het FysioTopics zorgplan nekpijn is dat de financiering gebaseerd is op de gerealiseerde OUTCOME (resultaatsverplichting) en niet op de geleverde verrichting (inspanningsverplichting). FysioTopics stelt voor om 50% van de productprijs bij aanvang te declareren en 50% van de productprijs te declareren bij afsluiting van het behandeltraject.

  • Aanvang zorgproduct
  • Afsluiting zorgproduct

Bij een beperkt aantal patiënten met nekpijn is er sprake van een recidief. Na het behalen van de resultaten (OUTCOME) van een FysioTopics zorgplan nekpijn, krijgt de patiënt binnen de contractueel afgesproken tijdsperiode te maken met een nieuw incident nekpijn. Als het nieuwe incident voldoet aan de beschreven criteria (zelfde zorgzwaarte binnen de gestelde termijn) treedt de behandelgarantie in werking. Dit wordt inzichtelijk gemaakt door het toevoegen van de letter R aan de van toepassing zijnde facultatieve prestatie.

Declaratieproces

4.2.1 Overzicht FysioTopics prestatiecodes (incl. F-codes) voor 2020

LET OP!

Omdat niet alle zorgverzekeraars dezelfde declaratiemethodiek hanteren, dient u voor de zorgverzekeraars VGZ, CZ en Menzis prestatiecodes te maken en voor Zilveren kruis Achmea een andere set prestatiecodes!

De tekst van de prestatiecodes bij configuratie > algemeen > declaratietarieven zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

De bijbehorende tarieven zijn alleen zichtbaar in FysioOne. Deze kunt u raadplegen via configuratie – algemeen – declaratietarieven – selecteer de contractgroep – selecteer de lijst ‘productafspraken FysioTopics – selecteer de peildatum bijvoorbeeld ’01-10-2020’.

Tabel 1: overzicht Fysiotopics prestatiecodes nek voor VGZ.

Prestatie omschrijvingDiagnosecodePrestatiecodeF-codeIngangsdatumEinddatum
Low risk - start nek3026930193F104101-10-202031-12-2020
Low risk - eind nek3026930194F104101-10-202031-12-2020
Medium risk - start nek3026930195F104201-10-202031-12-2020
Medium risk - eind nek3026930196F104201-10-202031-12-2020
High risk - start nek3026930197F104301-10-202031-12-2020
High risk - eind nek3026930198F104301-10-202031-12-2020
Recidive low risk - nek3026930199F1041R01-10-202031-12-2020
Recidive medium risk - nek3026930200F1042R01-10-202031-12-2020
Recidive high risk - nek3026930201F1043R01-10-202031-12-2020

4.2.2 Overzicht FysioTopics prestatiecodes (incl. F-codes) voor 2021

LET OP!

Omdat niet alle zorgverzekeraars dezelfde declaratiemethodiek hanteren, dient u voor de zorgverzekeraars VGZ, CZ en Menzis prestatiecodes te maken en voor Zilveren kruis Achmea een andere set prestatiecodes!

De tekst van de prestatiecodes bij configuratie > algemeen > declaratietarieven zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

De bijbehorende tarieven zijn alleen zichtbaar in FysioOne. Deze kunt u raadplegen via configuratie – algemeen – declaratietarieven – selecteer de contractgroep – selecteer de lijst ‘productafspraken FysioTopics – selecteer de peildatum bijvoorbeeld ’01-10-2021’.

Tabel 1: overzicht Fysiotopics prestatiecodes nek voor VGZ, CZ en Menzis.

Prestatie omschrijvingDiagnosecodePrestatiecodeF-code
Low risk - start nek3026930193F1041
Low risk - eind nek3026930194F1041
Medium risk - start nek3026930195F1042
Medium risk - eind nek3026930196F1042
High risk - start nek3026930197F1043
High risk - eind nek3026930198F1043
Recidive low risk - nek3026930199F1041R
Recidive medium risk - nek3026930200F1042R
Recidive high risk - nek3026930201F1043R

4.2.3 Contactmomenten en eindcode CZ en VGZ

Bij CZ en VGZ dient het werkelijk aantal behandelingen meegestuurd te worden bij de eind code.

Hoe dient u dit in te regelen in FysioOne
Voor tussenliggende behandelingen (contactmomenten) gebruikt u eigen gemaakt prestatiecodes voor de registratie van de behandeling. De behandelingen worden NIET verzonden naar de zorgverzekeraar. Aan deze behandelingen dient u de ‘declareren onder code’ 930134 te koppelen.

Bijvoorbeeld de fictieve prestatiecode 011 wordt gebruikt om een behandeling fysiotherapie te registreren voor een zorgproduct-traject. Zie afbeelding.

Zodra in het traject de eindcode gedeclareerd wordt zal FysioOne gaan tellen hoeveel tussenliggende behandelingen er zijn geweest en dit aantal aan de declaratie van de eindcode toevoegen. Dit kan het systeem alleen doen als de declaratiecode 930134 is toegevoegd aan de prestatiecode van de tussenliggende behandeling.

In bovenstaand voorbeeld: bij de 01 – Low Risk Start (F1013) prestatiecode wordt 1 eenheid doorgegeven aan de zorgverzekeraar.
Er zijn 2 tussenliggende behandelingen en 1 eindbehandeling. Zodra de 0111 – Low Risk Einde (F1013) gedeclareerd wordt zal er een eenheid van 3 meegegeven worden in het declaratiebestand.

Het kan zijn dat u meerdere verschillende prestatiecodes heeft gemaakt voor de registratie van de behandelingen van de zorgproducten. Aan al deze prestatiecodes dient u de 930134 code toe te voegen als u wilt dat deze meegnomen worden in de telling van de eindcode.

4.2.4 Eenheden Menzis 2021

Voor Menzis geldt een vast aantal eenheden.

2021
declaratiecode 930197 (F1043) > 4 eenheden
declaratiecode 930198 (F1043) > 4 eenheden
In totaal 8 eenheden voor de AV.

declaratiecode 930195 (F1042) > 3 eenheden
declaratiecode 930196 (F1042) > 3 eenheden
In totaal 6 eenheden voor de AV.

declaratiecode 930193 (F1041) > 1 eenheden
declaratiecode 930194 (F1041) > 1 eenheden
In totaal 2 eenheden voor de AV.

Hoe dient u dit in te regelen in FysioOne
Hier hoeft u niks voor in te regelen in FysioOne. Dit hebben wij al reeds technisch voor u ingeregeld, zodat bij gebruik van de juiste declaratiecodes de juiste eenheden worden meegestuurd naar de zorgverzekeraar.

4.3 Schouder

Let op: de volgende informatie is van toepassing vanaf 2021. 

Administratief proces

Er zijn inhoudelijk een aantal noodzakelijke stappen die worden doorlopen om van de
(ongedifferentieerde) zorgvraag ‘schouderpijn’ de doelgroep te identificeren die in principe in
aanmerking komt voor toepassing van het zorgproduct.

1. Exclusie jongeren < 18 jaar herkenbaar aan CSI code 003 / 004 / 005
2. Exclusie specifieke schouderpijn herkenbaar aan CSI code 008 / 001

Daarmee is de groep ‘aspecifieke schouderpijn’ geïdentificeerd. Inclusie in het zorgproduct is
gebaseerd op de uitkomst van de STarT Musculoskeletal Tool waar een facultatieve prestatie
aan is gekoppeld;

Low risk F1044
Medium Risk F1045
High Risk F1046

Naast de facultatieve prestatie wordt er in de declaratiestroom een DCSPH code meegegeven
die herkend moet worden als schouderpijn. FysioTopics stelt voor om één DCSPH code te
gebruiken voor alle drie de risicoprofielen: 4026 met de CSI code 009.

In het FysioTopics zorgplan schouderpijn worden redenen beschreven om af te zien van de
toepassing van het zorgplan. Het algemeen geldende principe is dat de exclusie inzichtelijk is
als het complement van de inclusie (facultatieve prestatie).

Aantal en timing declaratiemomenten

Kenmerk van het FysioTopics zorgplan schouderpijn is dat de financiering gebaseerd is op de
gerealiseerde OUTCOME (resultaatsverplichting) en niet op de geleverde verrichting
(inspanningsverplichting). FysioTopics stelt voor om 50% van de productprijs bij aanvang te
declareren en 50% van de productprijs te declareren bij afsluiting van het behandeltraject.

– Aanvang zorgproduct
– Afsluiting zorgproduct

Bij een beperkt aantal patiënten met schouderpijn is er sprake van een recidief. Na het
behalen van de resultaten (OUTCOME) van een FysioTopics zorgplan schouderpijn, krijgt de
patiënt binnen de contractueel afgesproken tijdsperiode te maken met een nieuw incident
schouderpijn. Als het nieuwe incident voldoet aan de beschreven criteria (zelfde zorgzwaarte
binnen de gestelde termijn) treedt de behandelgarantie in werking. Dit wordt inzichtelijk
gemaakt door het toevoegen van de letter R aan de van toepassing zijnde facultatieve
prestatie.

Declaratieproces

 

4.3.1 Overzicht FysioTopics prestatiecodes (incl. F-codes) voor 2021

LET OP!

De tekst van de prestatiecodes bij configuratie > algemeen > declaratietarieven zijn NIET de correcte benamingen van de prestatiescodes voor elke zorgverzekeraar. U dient te letten op het declaratienummer.

De bijbehorende tarieven zijn alleen zichtbaar in FysioOne. Deze kunt u raadplegen via configuratie – algemeen – declaratietarieven – selecteer de contractgroep – selecteer de lijst ‘productafspraken FysioTopics – selecteer de peildatum bijvoorbeeld ’01-01-2021’.

Tabel 1: overzicht Fysiotopics prestatiecodes schouder voor VGZ, CZ en Menzis.

Prestatie omschrijvingDiagnosecodePrestatiecodeF-code
Low risk - start schouder4026930202F1044
Low risk - einde schouder4026930203F1044
Medium risk - start schouder4026930204F1045
Medium risk - einde schouder4026930205F1045
High risk - start schouder4026930206F1046
High risk - einde schouder4026930207F1046
Recidive low risk - schouder4026930208F1044R
Recidive medium risk - schouder4026930209F1045R
Recidive high risk - schouder4026930210F1046R

4.3.2 Contactmomenten en eindcode CZ en VGZ

Bij CZ en VGZ dient het werkelijk aantal behandelingen meegestuurd te worden bij de eind code.

Hoe dient u dit in te regelen in FysioOne
Voor tussenliggende behandelingen (contactmomenten) gebruikt u eigen gemaakt prestatiecodes voor de registratie van de behandeling. De behandelingen worden NIET verzonden naar de zorgverzekeraar. Aan deze behandelingen dient u de ‘declareren onder code’ 930134 te koppelen.

Bijvoorbeeld de fictieve prestatiecode 011 wordt gebruikt om een behandeling fysiotherapie te registreren voor een zorgproduct-traject. Zie afbeelding.

Zodra in het traject de eindcode gedeclareerd wordt zal FysioOne gaan tellen hoeveel tussenliggende behandelingen er zijn geweest en dit aantal aan de declaratie van de eindcode toevoegen. Dit kan het systeem alleen doen als de declaratiecode 930134 is toegevoegd aan de prestatiecode van de tussenliggende behandeling.

In bovenstaand voorbeeld: bij de 01 – Low Risk Start (F1013) prestatiecode wordt 1 eenheid doorgegeven aan de zorgverzekeraar.
Er zijn 2 tussenliggende behandelingen en 1 eindbehandeling. Zodra de 0111 – Low Risk Einde (F1013) gedeclareerd wordt zal er een eenheid van 3 meegegeven worden in het declaratiebestand.

Het kan zijn dat u meerdere verschillende prestatiecodes heeft gemaakt voor de registratie van de behandelingen van de zorgproducten. Aan al deze prestatiecodes dient u de 930134 code toe te voegen als u wilt dat deze meegnomen worden in de telling van de eindcode.

Bij Menzis wordt gebruik gemaakt van vaste eenheden per declaratie en geldt bovenstaande niet.

Bij Zilveren Kruis worden de tussenliggende behandelingen wel gedeclareerd en gelden andere regels.

4.3.3 Eenheden Menzis 2021

Voor Menzis geldt een vast aantal eenheden.

2021
declaratiecode 930206 (F1046) > 4 eenheden
declaratiecode 930207 (F1046) > 4 eenheden
In totaal 8 eenheden voor de AV.

declaratiecode 930204 (F1045) > 3 eenheden
declaratiecode 930205 (F1045) > 3 eenheden
In totaal 6 eenheden voor de AV.

declaratiecode 930202 (F1044) > 1 eenheden
declaratiecode 930203 (F1044) > 1 eenheden
In totaal 2 eenheden voor de AV.

Hoe dient u dit in te regelen in FysioOne
Hier hoeft u niks voor in te regelen in FysioOne. Dit hebben wij al reeds technisch voor u ingeregeld, zodat bij gebruik van de juiste declaratiecodes de juiste eenheden worden meegestuurd naar de zorgverzekeraar.

4.4 Declareren

Nadat u de prestatiecodes ingepland heeft in de agenda zal het gebruikelijke declaratieproces van FysioOne gehanteerd worden. De behandelingen komt te staan bij afhandelen, te declareren, etc.

Indien u vragen heeft met betrekking tot de inhoud van het declareren van de zorgproducten verwijzen wij u naar FysioTopics.

5. Export FysioTopics

5.1 Exporteren van uw data en aanleveren bij FysioTopics

In overleg met FysioTopics kunt u zelfstandig uw data exporteren. Dit kunt u doen onder het hoofdnavigatiemenu PatiëntenDossier – submenu Klinimetrie – FysioTopics.

U kunt hier een start- en einddatum ingeven en klikken op de button export. Zodra u hier op klikt zal het systeem een bestand exporteren en lokaal opslaan. Dit export bestand kunt u aanleveren bij uw contactpersoon van FysioTopics.

Wanneer u het bestand heeft geëxporteerd en heeft geopend, kan het voorkomen dat het exportbestand niet volledig is ingevuld. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Voor het antwoord op deze vragen kunt u de volgende FAQ raadplegen, FAQ: Hoe kan het dat mijn export bestand van FysioTopics niet volledig is ingevuld?

Op dit moment is het alleen mogelijk om export bestanden aan te leveren voor de zorgproducten van;

  • Lage rug
  • Nek
  • Schouder

Voor de overige zorgproducten van FysioTopics is SpotOnMedics in gesprek met FysioTopics over de realisatie van deze export mogelijkheden.

 

6. Kunt u hulp gebruiken?

6.1 Wij wensen u veel succes toe!

Heeft u vragen?
Heeft u vragen over de koppeling met FysioTopics? Neem dan contact op met onze support professionals en zij staan u graag te woord.

Contactgegevens:
SpotOnMedics Klant Contact Center
T: 088 6600 800 (keuze 1)
E: support@SpotOnMedics.nl

Wij ontvangen graag uw feedback over deze pagina. Vult u het formulier in en wij nemen indien nodig contact met u op. Bij voorbaat dank.
Praktijknaam
E-mailadres
Bericht